Tien vraagstukken die elke scale-up directie herkent
Ik ben niet zo van de modellen en de frameworks. Er bestaat een groeimodel dat vrij precies beschrijft waar een scale-up tegenaan loopt, en dat klopt op zich ook wel, maar in de praktijk kijk ik liever naar wat ik echt zie gebeuren aan de directietafel. Als ik de gesprekken van de afgelopen tijd naast elkaar leg met founders en directies die middenin de groei zitten, dan komen steeds dezelfde vraagstukken terug. Niet omdat een model dat voorspelt, maar omdat ze in bijna elk groeiend bedrijf op ongeveer hetzelfde moment de kop opsteken. In de meeste gevallen is dit lijstje spot on.
1. De leiderschapstransitie
De founder moet loskomen van de dagelijkse operatie. Dat klinkt logisch, maar het is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Je hebt dit bedrijf opgebouwd door overal bij te zijn, door snel te schakelen en door zelf de knopen door te hakken. Precies die reflex gaat je nu tegenwerken. De sprong die je moet maken is die van pionier naar strategisch leider en dat betekent delegeren, een professioneel managementteam vertrouwen en accepteren dat anderen dingen anders doen dan jij. Vaak minder snel in het begin, soms ook gewoon beter.
2. Talent en retentie
Je bent voortdurend op zoek naar mensen die de uitdagingen van een scale-up al kennen. Dat talent is schaars en duur. En terwijl je aan dat nieuwe team bouwt ontstaat er een pijnlijker vraagstuk. De mensen van het eerste uur die met je door het vuur zijn gegaan, passen niet altijd meer bij de fase waarin je nu zit. Dat is geen kwestie van loyaliteit of inzet, het is een kwestie van andere vaardigheden en andere behoeftes. Daar oprecht naar kijken hoort erbij, hoe ongemakkelijk het ook voelt.
3. Behoud van de bedrijfscultuur
In het begin was de cultuur vanzelfsprekend. Je zat met twintig man in een ruimte en iedereen wist waar het bedrijf voor stond. Groei je in korte tijd naar honderdvijftig mensen of meer, dan verdwijnt die vanzelfsprekendheid. De pioniersgeest verwatert, niet door onwil maar door aantallen. De vraag is niet hoe je de startup vibe bevriest want dat lukt toch niet, maar hoe je de kern ervan vertaalt naar een organisatie die veel groter is geworden.
4. Operationele schaalbaarheid
Processen die perfect werkten voor tien klanten breken bij duizend klanten gewoon af. Er moeten systemen en vaste procedures komen anders loopt het vast. Maar hier zit meteen de valkuil. In de drang om alles te structureren bouw je zomaar een logge bureaucratie waarin niemand meer iets durft te beslissen zonder drie handtekeningen. De kunst is om net genoeg structuur aan te brengen om de groei aan te kunnen en niets meer.
5. Communicatie en alignment
Hoe groter je wordt, hoe meer afdelingen en managementlagen er tussen jou en de werkvloer komen te zitten. Met elke laag wordt het lastiger om iedereen dezelfde kant op te laten kijken. Doelen die voor jou glashelder zijn komen verderop in de organisatie vervormd of helemaal niet aan. De directie worstelt dan met een simpele maar hardnekkige vraag. Hoe zorg je dat de hele organisatie begrijpt waar je naartoe wilt en waarom.
6. Cashflow en financiering
Snelle groei kost geld, veel geld. Je stuurt continu op je burn rate, je moet op tijd een nieuwe financieringsronde rond hebben en je wilt weten of je per klant eigenlijk wel geld verdient. Die unit economics worden makkelijk ondergesneeuwd door de omzetgroei, terwijl ze uiteindelijk bepalen of je bedrijf gezond is of alleen maar groot. Financiele focus is in deze fase geen kwartaalklus maar dagelijkse aandacht.
7. Focus en prioriteiten stellen
Zodra je succes hebt komen de kansen binnen. Nieuwe features, nieuwe sectoren, nieuwe samenwerkingen, allemaal verleidelijk en allemaal met een goed verhaal. De grootste valkuil is om overal ja op te zeggen. Voor je het weet zijn je mensen en je middelen zo dun verdeeld dat je overal een beetje bezig bent en nergens echt goed. Nee zeggen tegen een goede kans is een van de moeilijkste en belangrijkste dingen die je in deze fase leert.
8. Technologische schaalbaarheid
De systemen die je in de begindagen snel in elkaar hebt gezet om de markt te testen, kunnen de explosieve groei vaak niet aan. Dan komt de afweging die elke dag terugkeert. Bouw je nieuwe functionaliteit, of ruim je eerst je oude fundament op. Die technical debt los je niet in een keer op, maar hem negeren straft zichzelf af. Dit is ook het moment waarop een composable tech stack veel waard kan zijn, omdat je onderdelen dan los van elkaar kunt vervangen en opschalen in plaats van je hele systeem in een keer te moeten vernieuwen.
9. Klantbehoud versus acquisitie
Tijdens snelle groei gaat de meeste energie naar sales en marketing. Nieuwe klanten binnenhalen voelt als winst en is goed zichtbaar. Ondertussen staat je klantenservice onder druk en daalt de kwaliteit van wat je bestaande klanten ervaren. Als je niet oppast lopen ze net zo hard weer weg als ze binnenkwamen. Groei via de voordeur terwijl de achterdeur openstaat is geen groei.
10. Internationale expansie
De stap over de grens ziet er op papier logisch uit en blijkt in de praktijk een vak apart. Je krijgt te maken met lokale wetgeving, culturele verschillen, een product dat gelokaliseerd moet worden en teams die je op afstand moet aansturen. Het lastigste is om grip te houden vanuit het hoofdkantoor zonder de lokale teams te verstikken. Te veel controle en je verliest het lokale gevoel, te weinig en je verliest de samenhang.
Ze komen zelden alleen
Wat me opvalt is dat deze vraagstukken zelden los van elkaar staan. Ze haken op elkaar in. De leiderschapstransitie raakt je cultuur, je cultuur raakt je talent, je focus raakt je cashflow. Dat maakt het ook zo lastig om ze in je eentje van een afstand te bekijken, want je zit er middenin. Precies daarom helpt het om er af en toe met iemand van buiten hardop over na te denken.
Herken je deze vraagstukken?
In Executive Sparring denk ik als onafhankelijke sparringpartner met je mee over precies deze thema's, zonder belang bij de uitkomst behalve dat jij de juiste keuze maakt.
Plan een kennismaking